ANV-Visser-Neerlandiaprijs
|
Prijzen voor persoonlijke
verdiensten Biografische informatie mr. H.L.A. Visser |
|
Het
ANV beheert als belangrijkste fonds het Visser-Neerlandiafonds. Dit fonds is
gevormd uit de nalatenschap van mr. Herman Lodewijk Alexander Visser,
filosoof en wetenschapsmens. Mr.
Visser stierf in 1943: hij wilde de toenmalige bezetter niet de gelegenheid geven
om over zijn leven te beschikken. De helft van zijn vermogen heeft hij aan
het ANV nagelaten. Uit de opbrengst daarvan kunnen onder bepaalde voorwaarden
gelden ter beschikking worden gesteld in de vorm van prijzen, te weten: prijzen voor persoonlijke verdiensten,
welzijnsprijzen, culturele prijzen.
Elke twee jaar organiseert het ANV een schrijfwedstrijd voor drama. Er is ook
een muziekprijs die wordt toegekend aan de winnaar van een
compositiewedstrijd of aan een componist als beloning voor zijn of haar
oeuvre. De huidige prijsbedragen
variëren van € 5.000,00 tot 10.000,00. Voor
de prijzen voor persoonlijke verdiensten, welzijnsprijzen en culturele
prijzen kan het publiek voordrachten doen.
Deze
prijzen worden jaarlijks uitgereikt. |
|
Prijzen
voor persoonlijke verdiensten Voorgedragen kunnen worden
personen en organisaties die nog niet eerder zijn onderscheiden of met een
prijs zijn beloond voor hetgeen waarvoor zij worden voorgedragen. Mr. Visser
spreekt in zijn testament uitdrukkelijk over prijzen voor de jeugd. In deze
categorie komen in aanmerking individuele jongeren, groepen, klassen en
scholen. De prijs voor persoonlijke
verdiensten is een beloning van personen die zich belangeloos voor hun
medemens of voor de samenleving verdienstelijk hebben gemaakt. Deze
verdienste stijgt uit boven wat van hen normalerwijze in hun positie verwacht
mag worden. Niet in aanmerking komen personen wier verdiensten reeds in ruime
zin bekend zijn en als zodanig worden gewaardeerd. Niet in aanmerking komen
handelingen of gedragingen die rechtstreeks voortspruiten uit de normale
beroepsarbeid van de betrokkene. Het is wel mogelijk dat
verdiensten die ver uitgaan boven wat redelijkerwijs mag worden verwacht bij
normale beroepsuitoefening, worden beloond. Ook organisaties die
initiatieven hebben ontplooid die streven naar een rechtvaardiger
maatschappij, kunnen in aanmerking komen voor een prijs voor persoonlijke
verdiensten. Jeugdigen die reeds blijk
hebben gegeven van het tonen van wilskracht, volharding, hulpvaardigheid,
opofferingsgezindheid, solidariteit en naastenliefde, waarbij zij een
voorbeeld kunnen zijn voor anderen, kunnen een prijs toegekend krijgen. |
|
Voorgedragen
kunnen worden personen en organisaties. De
culturele prijzen beogen het belonen van het bevorderen van geestelijk welzijn in de zin van kunst
en (volks)cultuurbeleving in de ruimste zin van het woord. Hierbij moet
gedacht worden aan: ·
het stimuleren van de individualiteit van de afzonderlijke persoon in
het belang van de gemeenschap; ·
het stimuleren van geestelijk leven en cultuurbeleving in het algemeen; ·
het stimuleren van behoud en ontplooiing van de Nederlandse taal en
cultuur; ·
het stimuleren van culturele integratie van Nederlandstaligen en het stimuleren
van grensoverschrijdende samenwerking. Ook
beloond kunnen worden initiatieven ten aanzien van nieuwe Nederlandstaligen: ·
hoe krijgen zij gevoel voor het Nederlandse cultuurgoed en hoe kunnen
zij ons hun culturele erfgoed presenteren. In
aanmerking komen handelingen of gedragingen die al dan niet voortspruiten uit
de beroepsarbeid van de betrokkene. Bij
beroepsarbeid is het wenselijk dat de verdiensten ver uitgaan boven wat
redelijkerwijs mag worden verwacht bij normale beroepsuitoefening. De
culturele prijs heeft het karakter van een aanmoedigingsprijs om het goede
werk voort te kunnen zetten en mogelijk zelfs uit te breiden. |
|
Voorgedragen
kunnen worden personen en organisaties. Beloond
kunnen worden onderzoek en praktische werkzaamheden die verricht worden ten
behoeve van het lichamelijk en geestelijk welzijn. Het
bevorderen van welzijn wordt opgevat als het verlichten van lichamelijke
en/of geestelijke nood. Ook
beloond kunnen worden activiteiten die de maatschappelijke positie van
groepen menen sterker maakt. |
|
Het
publiek kan voor prijzen iin bovengenoemde categorieën voordrachten doen met het
formulier Voordracht tot verlening van een
ANV-Visser-Neerlandiaprijs. |
|
Mr. Visser als gymnasiast te Dordrecht
|
Herman Lodewijk Alexander Visser werd 24 april
1872 te Amersfoort geboren. Over zijn wieg hing de schaduw van de tragische
dood van zijn vader, Herman Lodewijk Visser, die 22 dagen tevoren bij een
ongeval was omgekomen. Vijf jaar na zijn geboorte vertrokken moeder en zoon
naar Dordrecht. Zijn moeder hertrouwde daar met de bankier Zadoks. Enige
jaren later vertrok het gezin weer naar Amsterdam. Herman Visser studeerde na
zijn eindexamen gymnasium rechtswetenschappen, eerst in Leiden, later in
Amsterdam. In 1896 promoveerde hij - 24 jaar oud - tot doctor in de
rechtswetenschappen op een proefschrift : "Psychiatrisch toezicht in
gevangenissen".
Na als advocaat te zijn beëdigd vestigde mr.
Visser zich in
|
|
Woonhuis van
mr. Visser, Huize 'Kerkzicht' te Voorst
|
Uit zijn vele publicaties, die zonder onderbreking
verschenen, blijkt telkens weer dat de mens in zijn belangstelling centraal
stond. Daarbij hadden in het bijzonder de rechten van de mens zijn aandacht.
In een kort geschrift, aanwezig in de universiteitsbibliotheek
te Amsterdam, zegt mr. Visser dat één overheersende gedachte hem bezighield:
de versterking van de kracht der individualiteit, in het belang der
gemeenschap en gekeerd tegen gemeenschapsuitwassen. Zijn streven was
duidelijk gericht op het wegnemen van wat de mens en de samenleving kan
ontwrichten: massasuggestie, massa-psychose, eindigend in
collectief-psychologische excessen. Het zijn woorden en begrippen, die wij
bijna in al zijn publicaties, maar ook in zijn 'laatste wil' terugvinden.
|
De oorlogsjaren, die mr. Visser als een
onontkomelijke catastrofe heeft zien aankomen, hebben deze voor geweld zo
overgevoelige man onzegbaar leed bezorgd. Vermoedelijk leed hij meer onder de
ondergang van Europa dan onder de vrees voor eigen vrijheid en leven. Deze
onrust bracht hem ertoe tijdig orde op zaken te stellen ten aanzien van de
bestemming van zijn vermogen.
Toen mr. Visser in 1943 het bevel ontving zich naar Vught te begeven, waar een kampement was ingericht voor Nederlandse geïnterneerden, trok hij daaruit de voor hem enig mogelijke conclusie en nam afscheid van het leven. |
